Zondag Misericordias Domini - Ds Mirjam Visser-Fuchs

zondag, 19 april, 2026 - 10:30

Afbeeldingsresultaat voor PKN logo

Lutherse gemeente Rotterdam

 

Orde van dienst

Misericordias Domini
- De barmhartigheid van de Heer- 

de tweede zondag na Pasen

 

19 april 2026

 

Het manna uit de hemel van Bernadette Lopez
 

Klokkenluiden 

 

Orgelspel: C. de Wolff - Koraal en Fantasie over Psalm 33

  (Voormalig organist in de Eusebiuskerk te Arnhem)

 

Klokluiden

 

Lied 612: 1+2+3 Wij komen als geroepen 

 

Mededelingen

 

VOORBEREIDING

 

Voorbereiding door kerkenraadslid (staan)

V: Eeuwige, onze God

wij die U nooit hebben gezien, –

A: zie ons hier staan.

V: Wij die van U hebben gehoord, –

A: hoor Gij ons aan.

V: Uw Naam is dat Gij mensen helpt, –

A: wees onze hulp,

V: en dat Gij alles hebt gemaakt, –

A: maak alles nieuw,

V: en dat Gij ons bij name kent, –

A: leer ons U kennen,

V: die Bron van leven wordt genoemd, –

A: doe ons weer leven,

V: die hebt gezegd: Ik zal er zijn, –

A: wees hier aanwezig. Amen 

 

Ingangspsalm met antifoon (uit Psalm 33:5b,6a)

 

V: Halleluja! Van het erbarmen van de HEER is de aarde vervuld. Door het Woord van de Heer is de hemel gemaakt. Halleluja!

Zingen Psalm 33:1+8
 

(allen herhalen de antifoon, na het zingen van de psalm)

A:  Halleluja! Van het erbarmen van de HEER is de aarde vervuld. Door het Woord van de Heer is de hemel gemaakt. Halleluja!

 

Kyrie

V: Laten wij de Heer om ontferming aanroepen voor de nood van de wereld en zijn naam prijzen, want zijn barmhartigheid heeft geen einde!

Gloria

 

HET WOORD - DE SCHRIFTEN

 

Groet

 

Zondagsgebed

V: … door Jezus Christus, onze Heer.

A: Amen.

 

Zondagslied: Lied 622: 1+4+5+6 Nu triomfeert de Zoon van God

 

Eerste lezing: Exodus 15:22-6:4. 13-15. 35
(vertaling: H. Oosterhuis, A. van Heusden) 

15:22 Opbreken deed Mozes Israël, van de Rietzee vandaan.

Zij trokken drie dagen ver de woestijn in en vonden geen water.

23 zij kwamen in Mara

maar konden niet drinken van het water van Mara want het was bitter.

Daarom wordt zijn naam geroepen: Mara - De Bittere.

24 Zij gingen tekeer, het volk, tegen Mozes

en zeiden:

Wat moeten wij drinken?

25 Hij schreeuwde naar JHWH.

En JHWH onderwees hem over een hout - 

hij wierp het in het water en zoet werd het water:

daar legde hij op hem voorschrift en regel.

daar beproefde hij hem:

26 Hij sprak:

Als hij hoort en hoort naar de stem van JHWH, jouw God

en doet wat in zijn ogen recht is

en oren hebt naar zijn opdracht

en al zijn voorschriften bewaart:

dan zal ik alle ziekten

die ik op Egypte heb gelegd niet leggen op jou.

Want ik heb het, JHWH, jouw genezer.

27 Zij kwamen in Elim - wat steeneiken betekent - 

en daar: twaalf waterbronnen en zeventig palmen.

En zij legerden zich daar, aan het water. 

 

16:1 Van Elim Braken zij op en kwamen,

heel de gemeente van de kinderen van Israël,

in de woestijn van Sin tussen Elim en Sinai,

op de vijftiende dag van de tweede maand 

na hun uittocht uit het land Egypte.

2 En zij gingen tekeer, heel de gemeente van de kinderen van Israël,

tegen Mozes en tegen Aäron in de woestijn.

3 De kinderen van Israël zeiden tot hen:

Was het ons maar gegeven dat wij gestorven waren 

door de hand van JHWH in het land Egypte

toen wij nog zaten bij de vleespot

en brood te eten hadden tot verzadigens toe.

Want jullie hebben ons uitgeleid naar deze woestijn

om ons allemaal samen van honger te doen sterven.  

4 JHWH sprak tot Mozes:

Hier ben ik, ik zal jullie brood uit de hemel laten regenen,

het volk moet uitgaan en ervan verzamelen, één dagmaat elke dag.

Zo zal ik het beproeven of het gaat in mijn Tora of niet.

5 En het zal geschieden op de zesde dag:

wat zij dan bijeengeraapt hebben bereiden zij toe

en het zal tweemaal zo veel zijn

als wat zij verzamelen van dag tot dag. 

13 En het geschiedde in de avond:

de kwartel steeg op en bedekte het legerkamp.

En in de morgen rond het legerkamp dauwde het.

14 De dauw steeg op

en daar, over het aangezicht van de woestijn

een laagje fijnkorrelig iets, fijn als de rijp op het land.

15 De kinderen van Israël zagen het

en zeiden tegen elkaar: 

Wat is dat?

Zij wisten niet wat het was.

Mozes sprak tot hen:

Dit is het brood dat JHWH jullie geeft, om te eten.  

35 De kinderen van Israël hebben het manna gegeten, veertig jaar lang,

totdat zij kwamen in bewoonbaar land.

Gegeten hebben zij het manna,

tot zij kwamen aan de rand van het land Kanaän. 

 

Lied: Het brood, het goede brood
Tekst Willem Barnard, melodie Paul Schollaert