Tot U, HEER, roep ik, nu vuur het groen van de woestijn heeft verteerd en een vlam de bomen heeft verzengd. Zelfs de dieren van het veld roepen om U, nu elke waterstroom is opgedroogd.
Daarna mag u, samen met de Levieten en de vreemdelingen die bij u wonen, een feestmaal houden met al het goede dat u en uw familie van Hem hebben ontvangen.